Copyright © 2026 info@ronaldfaber.nl

Gebruiksvoorwaarden | Privacy verklaring | Colofon | Cookiebeleid | Nieuwsbrief

1. Waar moet een goede cartoon volgens jou aan voldoen?

Een cartoon hoeft van mij niet artistiek ingewikkeld te zijn. De tekening staat in dienst van de grap. Als de grap sterk is en de tekening de boodschap in één oogopslag duidelijk maakt, werkt het.


2. Waarom werkt voetbal zo goed als onderwerp voor humor?

Voetbal is de belangrijkste bijzaak in het leven. De sport is zo universeel dat vrijwel iedereen, ook mensen die het voetbal niet volgen, de grappen kunnen begrijpen. Inside jokes over bijvoorbeeld badminton of een specifieke beroepsgroep zouden door het gros van de mensen minder snel begrepen worden. Voor voetbal is het publiek veel groter.

Ook het belang dat mensen aan voetbal hechten is op zichzelf al een absurdistisch gegeven.


3. Je kiest bewust voor tijdloze humor. Waarom? Waarom wil je niet afhankelijk zijn van de actualiteit en wat is volgens jou het voordeel van een grap die ook over vijf of tien jaar nog begrijpelijk is?

Ik denk dat de media dermate snel is geworden dat je vaak à la minute een actuele grap moet maken omdat deze vijf minuten later al verouderd kan zijn. Bij Stiffie werkte ik regelmatig met actuele gebeurtenissen. Dat was toen prima, maar het nadeel is dat een grap sterk aan zijn context verbonden kan raken. Wat mij nu juist aanspreekt in tijdloze humor is dat een cartoon ook jaren later nog begrijpelijk en grappig kan zijn.

Met tijdloze humor geef je lezers ook de kans de strips en cartoons pas over een paar jaar te ontdekken, zonder dat de grap aan kracht heeft ingeboet. Niettemin verandert ook de voetbalsport. De VAR is daar een mooi voorbeeld van: een relatief nieuw onderdeel van het voetbal dat meteen een nieuwe bron van humor oplevert.


4. Hoe ontstaat bij jou eigenlijk een grap? Begint een cartoon met een situatie, een beeld, een onverwachte combinatie of juist met een tekstloze grap? Hoe gaat dat creatieve proces in je hoofd?

Ideeën ploppen vaak op als ik met iets anders bezig ben of juist aan het ontspannen ben. Ik kan een lange autorit maken waarbij me plots enkele ideeën te binnen schieten, of een boek lezen waarin een bepaalde zin mij triggert, of een televisieprogramma kijken waarbij een bepaalde situatie bij mij een associatie oproept. Er is geen speciaal recept en de ene dag gaat dat ook veel makkelijker dan de andere. Als zo’n idee te binnen schiet ben ik vaak ver weg van de tekentafel dus noteer ik deze snel in mijn telefoon om te voorkomen dat ik het idee vergeet.

De laatst bedachte grap vind ik altijd het leukst en werk ik het liefst eerst uit. Maar als ik een deadline heb is een telefoon vol ideeën een handig hulpmiddel om op terug te vallen. Ook moeten sommige grappen rijpen voordat ik de (volgens mij) ideale uitwerking heb bedacht.


5. Hoe belangrijk is eenvoud voor jouw tekenstijl? Je figuren bestaan uit relatief weinig lijnen. Is eenvoud vooral een esthetische keuze, een praktische keuze of is juist daarin de humor te vinden?

De eenvoudige tekenstijl is gedurende een langere tijd ontstaan. Ik begon met zo mooi mogelijk te tekenen. Daarna volgde een periode waarbij de druk van een deadline ervoor zorgde dat ik tekeningen minder gedetailleerd uitwerkte en dat is eigenlijk zo gebleven. Dat wil niet zeggen dat ik minder aandacht aan het tekenwerk besteed. Juist in een eenvoudige tekening vallen foutjes eerder op, de zorgvuldigheid is er dus niet minder op geworden.

Ik besteed nog steeds veel tijd aan het schetsen om de meest ideale vorm te vinden. Het uitwerken gebeurt daarna relatief snel. Voor mij blijft het schetsen nog steeds het leukst.


6. Waarom hebben de personages geen namen? Je gebruikt steeds dezelfde speler, keeper, scheidsrechter en trainer. Waarom kies je voor vaste types in plaats van individuele karakters met namen en uitgebreide achtergronden?

De karakters zijn geen hoofdrolspelers, de situatie of gelegenheid vervult de hoofdrol. Het zijn geen klassieke helden die avonturen beleven. Daarnaast zorgen een paar vaste figuren voor herkenbaarheid bij de lezer. De situatie en locatie moeten overzichtelijk zijn en de lezer hoeft zich zo niet af te vragen wie of wat in beeld gebracht wordt, dat is in één oogopslag duidelijk.

Het is ook zo dat als ik spelers namen ga geven ik ook hun karakter moet gaan uitwerken. Mijn speler is universeel en kan de meest briljante acties voltooien of de meest domme blunders begaan, hij kan in de spits spelen maar ook de centrale verdediger uitbeelden.


7. De VAR is bij jou alleen een scherm. Waarom? Wat zit er achter die keuze en wat maakt het volgens jou grappiger om nooit te laten zien wie er achter dat scherm zit?

Juist doordat de VAR alleen als scherm aanwezig is, kan ik de VAR alles laten zeggen zonder ooit te hoeven uitleggen wie er achter zit. De VAR kan daardoor twijfel zaaien, verwarring veroorzaken of met een volstrekt onverwachte opmerking komen. Dat geeft mij een vrijwel onbeperkte bron voor nieuwe grappen.


8. Hoe belangrijk is het om een eigen herkenbare stijl te hebben? Wanneer weet je dat een tekening echt "een Faber" is? En hoe voorkom je dat een eenvoudige stijl gaat lijken op het werk van andere cartoonisten?

Het is onmogelijk om niet beïnvloed te worden door de tekenaars die je bewondert. Ik heb een ongelooflijke bewondering voor Fred Julsing (†) en heb zijn tekenkunst proberen te imiteren (hetgeen helaas hopeloos gefaald heeft). Ook Uco Egmond heeft invloed op mijn werk gehad, puur omdat hij mij als eerste wegwijs heeft gemaakt in de wereld van de strip. Van daaruit ontwikkel je steeds meer je eigen stijl en verbeter je jouw eigen vaardigheden. Ik ben fan van tekenaars als Mordillo en Dubouillon, met name hun timing en humor. Ik denk dat dat mij meer beïnvloed heeft dan het tekenwerk van anderen.


9. Je bent inmiddels 64. Verandert je leeftijd de manier waarop je naar tekenen kijkt?

Ik ben niet veranderd, maar de wereld waarin een tekenaar werkt wel. Het ambachtelijke tekenwerk is aangevuld met digitale technieken en cartoons worden tegenwoordig via veel meer kanalen verspreid. Dat vraagt om een heldere en herkenbare beeldtaal die zowel op papier als op een scherm goed werkt.

Tegelijkertijd ben ik het tekenwerk juist meer gaan waarderen. In een eenvoudige tekening moet iedere lijn raak zijn. De uitdaging is voor mij dan ook niet om steeds meer details toe te voegen, maar om met zo weinig mogelijk lijnen precies te zeggen wat nodig is.


10. Wat heb je geleerd van de jaren waarin je niet tekende? Heeft je werk als schrijver, fotograaf en filmmaker je blik op beeld, verhaal, timing of humor veranderd?

De afgelopen jaren heb ik mijn creativiteit op andere manieren ingezet, als schrijver, fotograaf en filmmaker. Daardoor ben ik anders gaan kijken naar beeld, verhaal, timing en montage. Die ervaringen neem ik nu mee in mijn tekenwerk en in de manier waarop ik verhalen vertel. Vooral de combinatie van cartoons met korte animaties voelt voor mij als een heel logische volgende stap.


11. Wanneer zou jij zeggen: "Faber trapt na! is geslaagd"?

Voor mij is Faber trapt na! al geslaagd omdat ik het plezier in tekenen volledig heb teruggevonden. Maar natuurlijk zou ik het geweldig vinden als de serie door lezers wordt omarmd en een groter publiek bereikt. Ik wil er graag een herkenbaar merk van maken met cartoons, strips en korte animaties, waarbij één idee op verschillende manieren en via verschillende media kan worden verteld.